De nationale feestdag valt op 17 mei. Dat is de dag waarop de grondwet van 1814 werd aangenomen. Het hele land viert feest, vooral de kinderen. De dag begint met het hijsen van de Noorse vlag. Kinderen staan vroeg op en doen hun mooiste kleren aan. Veel kinderen lopen die dag in klederdracht. Zo gaan ze in grote optochten door de straten. In Oslo wandelen de kinderen langs het paleis. Daar staat de koninklijke familie urenlang naar ze te zwaaien. Na afloop worden er spelletjes gedaan.
Het kerstfeest heet in Noorwegen Jul. Het begint op 24 december. ’s Middags is er een speciale dienst in de kerk voor kinderen. ’s Avonds is het pakjesavond thuis. Het is er gezellig bij de kerstboom. Er worden spelletjes gedaan en er is lekker eten. Vaak wordt er varkensvlees met zuurkool en worstjes gegeten. Daarna zijn er heerlijke kerstgebakjes.
Op 24 juni vieren de Noren Sankt Hans. Het is een zomerfeest, een paar dagen na de langste dag van het jaar. Veel mensen trekken dan naar de kust en bouwen daar grote vreugdevuren.