Lasse Thoresen studeerde in de jaren zeventig aan de Noorse muziekacademie, tot verdere studie hem naar Utrecht en Parijs bracht. Sinds 1975 is hij werkzaam bij de Noorse muziekacademie, vanaf 1988 als professor in compositie. Samen met Olav Anton Thommesen, ook professor aan dezelfde academie, heeft hij zijn stempel op de Noorse hedendaagse muziek gedrukt door zijn gedachten en ideeën aan muziekstudenten over te brengen.
Studies in de Franse spectrale muziek brachten hem in contact met een muzikale klankwereld waarin onder andere intervallen voorkomen die kleiner zijn dan we normaal gesproken binnen de kunstmuziek aantreffen, waaronder kwarttonen of andere onderverdelingen. Dit is niet ongebruikelijk in de volksmuziek. Daarom was het vanzelfsprekend dat Lasse Thoresen zich op de Noorse volksmuziek begon te richten. Een voorbeeld van een werk met verankering in de volksmuziek is Yr for soloviolin (Schittering voor soloviool) (1991). Hierin heeft Lasse Thoresen onder meer gebruikgemaakt van de ornamenten van de vioolmuziek en de samenklanken van de Hardanger viool.
Hij heeft tal van prijzen en onderscheidingen voor zijn werken in ontvangst mogen nemen, onder andere de Edvardprijs voor hedendaagse muziek van TONO, de Noorse tegenhanger van het Nederlandse Buma/Stemra, voor het werk Løp, lokk og linjer (Loopjes, lokroepen en lijnen).