Biografie
Henrik Wergeland werd op 17 juni 1808 in Kristiansand (aan de zuidkust van Noorwegen) geboren. Toen hij negen jaar oud was is de familie Wergeland naar Eidsvoll (ten noorden van Oslo) verhuisd, waar zijn vader Nicolai Wergeland als dominee begon te werken. In Eidsvoll werd 1814 de Noorse Grondwet geschreven, waarbij zijn vader ook een belangrijke rol speelde. Deze gebeurtenis en de jeugd in Eidsvoll heeft een grote invloed op Henrik Wergeland gehad en hij beschouwde zich zelf als “de zes jaar oudere broer van de Grondwet”. In Eidsvoll is hij ook echt met schrijven begonnen.
Wergeland heeft ten dele les van zijn vader en ten dele onderricht op een school in de hoofdstad Christiania (het huidige Oslo) gekregen. In de periode 1825-29 heeft hij aan de universiteit theologie gestudeerd. Hij was ook buitengewoon geïnteresseerd in politiek, cultuur, geschiedenis en plantkunde. Tijdens zijn studie heeft hij ook een groot aantal toneelstukken en gedichten geschreven. Nadat Wergeland geslaagd was voor zijn doctoraal examen theologie, heeft hij meerdere reizen naar het buitenland gemaakt waar hij ook kennis maakte met het revolutionaire Europa. Naast revolutionaire ideeën heeft de periode 1830-34 voor Wergeland vooral in het teken van de volksontwikkeling gestaan.
Een functie als predikant heeft hij nooit gekregen. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is waarschijnlijk dat hij in 1833 de eerste 17de mei- (de Dag van de Grondwet en de nationale feestdag van Noorwegen) redevoering heeft gehouden. Nog steeds is Wergeland voor vele Noren nauw verbonden met de nationale feestdag en de manier waarop deze dag gevierd wordt (met kinderoptochten).
Door zijn politieke en sociale betrokkenheid heeft Wergeland de studie geneeskunde, waaraan hij in 1834 begon, nooit afgerond. In 1838 heeft Wergeland de negentien jarige vrouw Amalie Sofie Bekkevold ontmoet. Een jaar later heeft Nicolai Wergeland hun huwelijk te Eidsvoll ingezegend. Ondanks het feit dat Henrik Wergeland in deze tijd veel tegenslagen kende en zich door de pers vaak miskend voelde, is zijn literaire productie zeer groot geweest.
In 1844 werd Wergeland getroffen door een ongeneeslijke longziekte. Ondanks zijn ziekte ging hij door met schrijven en met zijn werk als rijksantiquaar, waartoe hij drie jaar eerder benoemd was. Op 12. Juli 1845 overleed de dichter en humanist.
Met het overlijden van Henrik Wergeland verloor Noorwegen niet alleen een groot dichter, maar werd er ook een belangrijke periode van de Noorse cultuurgeschiedenis afgesloten.
De Schrijver
Het leven en de werken van Henrik Wergeland nemen een bijzondere positie in de Noorse literatuurgeschiedenis in. Door velen wordt hij als de nationale dichter van Noorwegen beschouwd. Sommigen vinden zelfs dat Henrik Wergeland tot een van de grootste romantische dichters van de wereld beschouwd zou zijn, als hij zijn werken niet in het Noors, maar in een wereldtaal geschreven had. In het gedicht Volg de roeping (Følg Kaldet, 1844) geeft Wergeland aan ook de frustratie te kennen dat zo weinig mensen zijn gedichten lezen konden. In de slotregels komt hij echter toch tot de conclusie dat het ook betekenisvol is voor een kleine groep mensen te dichten. Degenen die de mogelijkheid hebben gehad de gedichten en andere werken van Wergeland te lezen, zijn waarschijnlijk zeer dankbaar dat hij tot deze conclusie gekomen is.
Hoewel Wergeland ook een reeks verhalen, drama’s, kluchten, psalmen, liederen, redevoeringen, brieven, historische werken, preken en essays geschreven heeft, is hij het best bekend als dichter. Zijn gedichten zijn zeer veelzijdig en omvatten zowel liefdesgedichten, kindergedichten, politieke gedichten als een visionair wereldgedicht. Hieronder volgen enkele van zijn meest bekende gedichten en andere werken.
Debuut
Al op dertienjarige leeftijd werd zijn eerste verhaal, De Bloedsteen (Blodstenen), gepubliceerd. De dichtbundel Gedichte. Eerste Ring (Digte. Første Ring, 1829) wordt echter als zijn echte debuut beschouwd. Veel van de gedichten in de bundel zijn in zijn jeugd geschreven en gaan over liefde, vriendschap, religieuze verdraagzaamheid en vrijheid. In de dichtbundel ontmoet men ook al Stella – zijn liefdesideaal, die later vaak in zijn liefdesgedichten terugkeert. Het vervolg Gedichten. Tweede Ring (Digte. Anden Ring, 1834) bevat veel van zijn politieke gedichten.
Zijn hoofdwerk en andere hoogtepunten
Toen Wergeland zijn theologiestudie afgerond had, voltooide hij zijn wereldgedicht De Schepping, de Mens en Messias (Skabelsen, Mennesket og Messias, 1830). Dit gedicht beschouwde hij zelf ook als zijn hoofdwerk. Het is verwant aan Dantes epos De goddelijke Komedie. In dit gedicht wordt de totale geschiedenis van de mensheid behandeld. Het bestaat uit monologen, dialogen, koorzangen en dramatische scènes. Naast religieuze en filosofische thema's heeft De schepping, de mens en Messias ook elementen van vrijheidsidealen en ontwikkelingsoptimisme van de Verlichting in zich.
Voor Nederlanders is Jan van Huysums bloemstuk (Jan van Huysums Blomsterstykke, 1840) bijzonder interessant aangezien het geïnspireerd is door een schilderij van de Nederlandse bloemenschilder Jan van Huysum uit de zestiende eeuw. Naast politieke aspecten gaat Jan van Huysums bloemstuk onder andere over de fictieve oorsprong van het schilderij, het karakter van de kunst en de “moderne crisis” in de verhouding tussen mens en wereld. Het schilderij bevindt zich momenteel in het museum voor kunst in Kopenhagen.
De sociale en politieke betrokkenheid van Wergeland heeft ook een grote invloed op zijn werk gehad en omvat verschillende onderwerpen. Het treurspel De Kindermoordenaar (Barnemordersken, 1835) gaat over de macht van mannen en onmacht van vrouwen. Het toneelstuk De Indische Cholera (Den indiske Cholera, 1835) steunt India tegen de koloniemacht. Zijn meest bekende politieke werken zijn misschien de dichtbundels De jood (Jøden, 1842) en De jodin (Jødinden, 1844). De dichtbundels gaan over religieuze verdraagzaamheid en is een reactie op het zogenaamde Jodenartikel in de Noorse Grondwet, dat joden de toegang tot het land verbood. In 1851 is het Jodenartikel uit de Grondwet verwijderd onder andere door de invloed van Wergeland.
In het ziekbed
Hoewel Wergeland in 1844 ernstig ziek werd scheef hij daarna nog meerdere werken. Vele ervan zijn door zijn toestand sterk beïnvloed. In de proloog In het ziekbed (Paa Sygeleiet, 1845) beschrijft hij hoe de ziekte door zijn lichaam raast. In het gedicht Aan het voorjaar (Til Foraaret, 1845) smeekt hij het voorjaar hem te redden en in het gedicht Aan mijn Gyldenlak (Til min Gyldenlak, 1845) neemt hij afscheid.
Wergeland heeft net voor zijn overlijden zijn levensschetsen Hazelnoten (Hassel-Nødder, 1845) kunnen afronden. Deze zijn een paar dagen na zijn begrafenis gepubliceerd. Hazelnoten is een humoristisch en zelfironisch boek waarin Wergeland zijn eigen persoonlijkheid en zijn liefde voor zijn vrouw Amalie Sofie beschrijft.
De Humanist
Hoewel Henrik Wergeland vaak beschaamd was in zich zelf en de mensheid, was hij onwankelbaar in zijn geloof dat de mensheid toch een goed rijk op aarde kon scheppen. Door zijn werken, politieke betrokkenheid en volksontwikkeling heeft de humanist Wergeland voor vrijheid, rechtvaardigheid en onderdrukte groepen in de maatschappij gewerkt.
Volksontwikkeling
De idealen van de Verlichting en de gedachten van de Franse verlichtingsfilosoof Jean Jacques Rousseau hebben een grote invloed op Wergeland gehad. Volgens Wergeland was volksontwikkeling een voorwaarde voor democratie omdat het de burger zo mogelijk maakt de rechten van de Grondwet te gebruiken. Volksontwikkeling was naar zijn mening ook zeer belangrijk om de toestand voor de meeste mensen te verbeteren. In deze tijd kon de meerderheid van de Noorse boeren lezen noch schrijven en degenen die wel lezen konden hadden meestal bijna geen toegang tot literatuur.
In verband met zijn betrokkenheid voor de volksontwikkeling en de uitbreiding van de democratie heeft Wergeland boerenjongens gratis les gegeven, openbare bibliotheken opgericht en voor gemeentelijk zelfbestuur gewerkt. Hij heeft ook meerdere voorlichtings stukken geschreven. Deze stukken gingen over diverse onderwerpen, zoals bij voorbeeld de geschiedenis van Noorwegen en de ontwikkeling van de Noorse schriftelijke taal.
Vrijheid en religieuze verdraagzaamheid
In de eerste helft van de 19de eeuw hadden joden geen toegang tot Noorwegen. Naar de mening van Wergeland was dit in strijd met de liberale gedachten van de Grondwet en christelijke naastenliefde. In verband met de behandeling van het zogenaamde jodenartikel in het Noorse parlement (de Storting), heeft Wergeland de gedichtbundel De Jood (1842) geschreven en ieder lid van het parlement een exemplaar gegeven. Twee jaar later is het vervolg De Jodin (1844) gepubliceerd. In 1851 is het Jodenartikel uit de Grondwet verwijderd onder andere door de invloed van Wergeland. Omdat Wergeland zes jaar eerder overleed, heeft hij dit zelf niet beleefd .
Wergeland heeft zich ook ingezet voor de rechten van meerdere andere groepen in de samenleving. Zijn sympathie voor vrouwen als een onderdrukte groep in de maatschappij komt bij voorbeeld duidelijk tot uitdrukking in het treurspel De Kindermoordenaar (Barnemordersken, 1835). Het treurspel gaat over de onmacht van vrouwen en keert zich tegen instellingen en wetten die mannen bevoordelen.
Het Wergeland-jaar 2008
De organisatie Wergeland 2008 bestaat uit de Noorse nationaalbibliotheek,
het Noorse rijksarchief en Eidsvoll 1814. De doelstelling van Wergeland 2008 is onder andere interesse te wekken voor de dichtkunst en maatschappelijke inzet van Wergeland en om zijn werk meer toegankelijk te maken voor het publiek.
In de loop van 2008 vinden een groot aantal evenementen plaats om te markeren dat Wergeland 200 jaar geleden geboren werd. Zowel op lokaal als op nationaal niveau kan het publiek van tentoonstellingen, redevoeringen, concerten en andere evenementen en activiteiten in verband met het jubileum genieten.
Voor een overzicht over evenementen en activiteiten in het Wergeland-jaar 2008, zie de webpage van Wergeland 2008:
Programma Wergeland 2008
Geschreven door Anja Heie
Bron:
Wergeland 2008