A | A | A

Volvo Vrachtwagens van Erlend Loe

3-9-2009 // In de uitgestrekte wouden van Zweden woont Maj Britt, een 92-jarige hasjrokende weduwe met een levenslang parkietenverbod en een eigen weblog. Haar naaste buurman is de even oude von Borring, grootgrondbezitter, vogelaar en Baden Powell-adept; tussen beide bestaat al decennialang een heftige vete. Andreas Doppler, die met zijn zoontje Gregus en zijn elandkalfje Bongo uit protest tegen de wereld in het algemeen en Noorwegen in het bijzonder de bossen in getrokken is, wandelt hun wereld binnen en wordt min of meer gegijzeld door de beide oudjes, die hem inzetten in hun onderlinge strijd…


Fragment 1
Maj Britt heeft een levenslang verbod op het houden van parkieten gekregen. Dat was het glasheldere, genadeloze oordeel van de rechtbank.
Ze mag van haar levensdagen GEEN parkieten meer bezitten of verzorgen. Daar in de uitgestrekte bossen van Zweden had ze jarenlang de gewoonte om zich te laten wekken door het tevreden getjilp van die beestjes die in hun toegedekte kooitjes in de woonkamer zaten, maar die prettige gewoonte kan ze nu dus wel uit haar hoofd zetten.
Ze mag GEEN parkieten meer hebben.
Of vogels met een soortgelijke snavelconstructie. Andere vogels interesseren haar vreemd genoeg niet. Ze ziet het nut niet van die dieren.
Als ik geen parkieten meer mag hebben, dan hoeft het allemaal niet meer, dacht ze toen ze het vonnis hoorde.
 Bovendien moest ze een boete van zesduizend kronen betalen. Een bedrag dat ze niet had. Ze wist een afbetalingsregeling te treffen met de gluiperds van de Skandinaviske Enskilde Bank. Iedere maand werd er tweehonderd kronen van haar toch al zo bescheiden pensioen afgetrokken.

Fragment 2
Natuurlijk is Maj Britt te ver gegaan. Daar is geen twijfel over mogelijk en daar is ze zich ook pijnlijk van bewust. Nú wel. Bovendien heeft ze spijt. Ze zou maar wat graag willen dat het allemaal niet was gebeurd. Maar toen Birger stierf, kwam ze in een zwart gat terecht en na tien jaar correcte parkietenverzorging dacht ze opeens, zoals een willekeurig iemand op een kwade dag een willekeurige gedachte te binnen kan schieten, dat het knobbeltje dat haar parkieten op hun snavel hadden hen in de weg zat. In haar ogen waren deze neusjes of wat het ook moest voorstellen een constructiefout van de natuur en daarom heeft ze die knobbeltjes er met een flinke nagelknipper afgeknipt. Met haar ene hand hield ze haar parkieten vast en met de andere knipte ze.
Blijkbaar kun je zoiets niet ongestraft doen.
In plaats van therapie aan te bieden, sleepte het systeem haar voor de rechter, vernederde haar en verbood haar de omgang met de enige wezens die haar begrepen, de enige wezens die haar interesseerden.

Fragment 3
Von Borring slaapt altijd buiten. Meestal doet hij dat op het overdekte balkon bij zijn slaapkamer op de tweede verdieping van het Von Borringse landgoed. ‘s Zomers zit er wat meer variatie in. Dan gaat Von Borring naar verschillende padvindersbijeenkomsten en jamborees en dan slaapt hij daar buiten. Als het niet regent onder de open hemel. Anders in een tent.
Von Borring heeft buiten geslapen sinds de internationale bijeenkomst van voortrekkers op het eiland Ingarö in 1935. Baden-Powell was zelf aanwezig om de conferentie te openen. De drieëntwintigjarige Von Borring ontmoette hem. Ze schudden elkaar de hand en Von Borring besloot om de rest van zijn leven buiten te gaan slapen.
Het resterende deel van de jaren dertig sliep Von Borring in de buitenlucht. Ook tijdens de jaren veertig overnachtte hij elke dag buiten. In de jaren vijftig sliep hij een stuk of zes nachten binnen, iets wat later nader toegelicht zal worden. Tijdens de jaren zestig kroop hij iedere dag buiten onder de wol. In de jaren zeventig al net zo. In januari 1981 zag het ziekenhuis zich genoodzaakt om de blindedarm van Von Borring te verwijderen waardoor hij drie nachten binnen moest slapen, dit onder hevig protest van Von Borring. Het compromis was dat hij een eigen kamer kreeg waar de ramen wagenwijd openstonden, hoewel de arts zijn bedenkingen had, omdat het buiten stevig vroor. ‘Een padvinder geeft niets om een paar graden vorst’, zei Von Borring destijds. ‘En Scott dan?’ bracht de arts ertegen in. ‘Scott was geen padvinder’, zei Von Borring. ‘Dat was een koekenbakker. En we zitten hier niet op Antarctica, maar in Värmland.’ Von Borring sliep de rest van de jaren tachtig buiten. Ook in de jaren negentig sliep hij in de buitenlucht en dat heeft hij tot nu toe ook in het nieuwe millennium gedaan.
Von Borring heeft ongeveer vijfentwintigduizend vijfhonderd keer buiten geslapen.
Hij ligt op een oud luchtbed. Hij heeft één slaapzak voor zomergebruik en één voor in de winter. Een kussen gebruikt hij nooit. Hij slaapt met een muts op.
Hiermee zou verdere informatie over de slaapgewoontes van Von Borring overbodig moeten zijn.

Fragment 4
‘Ik heet Doppler’, zegt Doppler.
‘Mooi’, zegt Von Borring. ‘Dat is een goed begin. Zelf heet ik Von Borring.’
Op initiatief van Von Borring schudden ze elkaar de hand, Von Borrings handdruk is stevig en vertrouwenwekkend, terwijl die van Doppler slap is en weinig goeds belooft. (…)
‘Ken je Maj Britt?’ vraagt von Borring.
‘Kennen is een groot woord’, zegt Doppler.
‘Heb je het idee dat jullie een relatie hebben die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect?’
‘Nee’, zegt Doppler. ‘Dat idee heb ik niet. Toen het bos zich voor mij opende was haar huis gewoon het eerste wat ik zag en omdat ze mij eten en dergelijke heeft gegeven, besloot ik een paar dagen te blijven. We hebben samen gedanst.’
Von Borring schudt zijn hoofd.
‘Jongeman,’ zegt hij, ‘jij hebt een probleem. Je handdruk is dood. Je ogen staan flets. Jij hebt hulp nodig.’
‘Ik weet niet wat ik nodig heb’, zegt Doppler. ‘Maar hulp klinkt als een goed begin.’

Erlend Loe - Volvo Vrachtwagens
Vertaald door Femmigje Andersen


Delen op netwerk   |   print