Het is een week voor Kerst en Anna Neshov ligt op sterven. Haar oudste zoon Tor verwittigt zijn broers Margido en Erlend, die jaren geleden het ouderlijk huis met ruzie hebben verlaten, en zijn dochter Torunn, die hij nog maar één keer heeft ontmoet. Als Anna overlijdt, worden deze vier totaal verschillende mensen, die niets van elkaar afweten, gedwongen in afwachting van de begrafenis te logeren op de familieboerderij, waar Tor varkens houdt.
Oude ruzies en tegenstellingen vlammen weer op en gaandeweg wordt duidelijk waarom de broers zo van elkaar vervreemd zijn. Maar ze merken ook dat het niet gemakkelijk is om je familie en de plek waar je thuishoort de rug toe te keren, hoe graag je dat ook zou willen. En dan is Anna’s man er nog, de vader van de broers, een zwijgzame pantoffelheld die door iedereen wordt genegeerd en geminacht. Maar uitgerekend hij komt met een onthulling die de familieverhoudingen totaal op zijn kop zet en de broers dwingt hun hele leven in een nieuw daglicht te zien…
Fragment
Ze werd wakker doordat hij daar stond. Haar boek lag op de grond. Haar nek deed pijn. Ze rook de stallucht, hoewel hij enkele meters van haar af stond. Hij had een andere jas aan dan de vorige keer, een soort parka, verre van schoon.
‘Hoi’, zei ze zonder op te staan. ‘Ik ben in slaap gevallen, geloof ik. Zij slaapt ook.’
‘Aha. Aha, ja.’
Hij keek rond op zoek naar een stoel, er stond er een onder het raam. Hij pakte hem en ging aan de andere kant van het bed zitten. Glimlachte wat en keek haar even aan.
‘Andere kleur haar. Langer. Verder ben je niets veranderd’, zei hij en hij rilde even in zijn parka, trok hem niet uit hoewel het hierbinnen tamelijk warm was. Elke keer nadat ze met hem had gepraat, vergat ze weer dat trage, omslachtige Trønder-dialect van hem.
‘Ja. Jij ook’, zei ze. ‘Niets veranderd.’
‘En het ging goed met … het vliegtuig en zo? Of ben je met de trein gekomen?’
‘Nee, met het vliegtuig.’
‘Goed zo. Gaat sneller.’
‘Ik heb even overwogen om de auto te nemen’, zei ze.
‘Ach nee. Bijna geen licht om in te rijden, nu in december. En glad. Goed dat je dat niet hebt gedaan.’
‘Ik wist niet dat je broer een begrafenisonderneming had.’
‘Nee, daar hebben we het zeker nooit … Heb je hem ontmoet?’
‘Ja. Hij zat hier toen ik binnenkwam. Ik voelde me nogal dom. Raar dat we het niet over hem hebben gehad. Als ik erover nadenk … Elke keer dat ik naar dat soort dingen heb gevraagd, ben je er niet op ingegaan. Waarom eigenlijk?’
‘Nu gaan we toch niet … We hebben niet veel contact, hij en ik. Hij woont niet op Neshov. Zal ik koffie halen?’
‘Nee, dat hoeft niet. Hoe oud is hij?’
‘Hij … eens kijken … Ja, hij moet tweeënvijftig zijn. Drie jaar jonger dan ik.’
‘En je andere broer, wat doet hij?’
‘Tja, wat hij doet … Margido heeft hem vanmorgen weten op te sporen, zei hij. Hij woont in Kopenhagen. Is daar twintig jaar geleden heen gegaan.’
‘En hoe oud … is hij?’
‘Hij is niet ouder dan … bijna veertig, zeker.’
‘Maar een paar jaar ouder dan ik?’
‘Ja.’
‘Waarom hebben we het nooit over hen gehad?’
‘We hebben het toch over … andere dingen gehad.’
‘Over dieren. Meestal’, zei ze.
‘Dat is niet het beroerdste onderwerp’, zei hij en hij glimlachte even.
Anne B. Ragde - Het leugenhuis
Vertaald door Marianne Molenaar
De Geus 2008, 352 pagina’s.
ISBN 978 90 445 1243 4