Traditiegetrouw staat de rechterlijke macht bekend als de derde staatsmacht. De gewone rechtbanken in Noorwegen zijn de Hoge Raad (Høyesterett), de Commissie voor Beroep van de Hoge Raad (Høyesteretts kjæremålsutvalg), de Hoven van Beroep (lagmannsrettene), de Arrondissementsrechtbanken (tingrett) en de Raden van Arbitrage (forliksrådet), met daarnaast een aantal specifieke rechtbanken. Noorwegen is opgesplitst in zes geografische jurisdicties (lagdømmer) en 15 rechtsdistricten (lagsogn).
De rechterlijke macht neemt een betrekkelijk onafhankelijke positie in. Haar politieke rol heeft twee componenten: ten eerste dienen de activiteiten ter uitvoering van de wetgeving die door het Storting (het Noorse parlement) is aangenomen en ten tweede controleert zij de wetgevende en de uitvoerende macht om te garanderen dat deze zelf de eerder aangenomen wetgevende bepalingen naleven.
De rechterlijke macht kan een door het Storting aangenomen wet opzijzetten indien deze strijdig met de grondwet wordt geacht. Dit recht het Storting te “censureren” is niet vastgelegd in de grondwet en is controversieel. Het werd in de periode 1884–1918 bij een aantal gelegenheden toegepast, toen verscheidene radicale wettelijke hervormingen door de Hoge Raad werden tegengehouden. Sindsdien is de rechterlijke macht terughoudend geweest met zich op dit recht te beroepen. Alle niveaus van het gewone juridische systeem zijn bevoegd de geldigheid van een wet te toetsen, maar het is onvermijdelijk dat dergelijke zaken uiteindelijk aan de Hoge Raad worden voorgelegd.