Vrouwen- en kinderhandel is een moderne vorm van slavernij. Ieder jaar worden duizenden vrouwen en kinderen in het kader van de mensenhandel van het ene land naar het andere gebracht, vaak van Oost- naar West-Europa. Hoewel het hoofddoel van deze handel seksuele uitbuiting is, fungeert zij eveneens als een bron van illegale arbeidskracht. Mensenhandel is een ernstige vorm van gesexualiseerd geweld dat onverenigbaar is met het principe van gelijkheid tussen man en vrouw. Met name vrouwen en kinderen die in armoede leven zijn kwetsbaar voor mensenhandelaars, die gedreven worden door winstbejag en in vele gevallen betrokken zijn bij de georganiseerde misdaad. Mensenhandel is een zware vorm van georganiseerde misdaad en vormt een ernstige schending van de mensenrechten.
In 2003 presenteerde Noorwegen haar eerste Actieplan in de strijd tegen vrouwen- en kinderhandel. Dit actieplan bevat maatregelen ter bescherming en ondersteuning van de slachtoffers, ter voorkoming van mensenhandel en ter vervolging van de organisatoren ervan.
In 2002 heeft de Noorse regering ethische richtlijnen opgesteld voor ambtenaren waarin het kopen en accepteren van seksuele diensten werd verboden. De achtergrond voor dit voorstel was het groeiende probleem van internationale prostitutie en vrouwen- en kinderhandel voor seksuele doeleinden. De richtlijnen geven een duidelijk signaal af wat betreft de ethische en morele normen en waarden waaraan ambtenaren zich van hoog tot laag dienen te houden.
De invoering van deze richtlijnen bevestigt de voorbeeldrol van de regering. Op deze wijze nemen de regering en de overheid als werkgever de taak op zich om ervoor te zorgen dat mensen niet vernederd worden als slachtoffers van mensenhandel voor seksuele doeleinden.