A | A | A

Taal

Laatst bijgewerkt: 11-9-2009 //

De officiële taal van Noorwegen is Noors, een Noordgermaanse taal die nauw verwant is aan Deens en Zweeds. In het algemeen kunnen sprekers van het Noors, Deens en Zweeds elkaar eenvoudig verstaan.

De geografie en de vestigingspatronen van Noorwegen hebben geleid tot het ontstaan van talloze plaatselijk en regionaal gesproken dialecten die zich in de samenleving van vandaag nog altijd in een sterke positie mogen verheugen. Er zijn twee officiële geschreven versies van het Noors, het Bokmål (“Boekennoors”) en het Nynorsk (“Nieuw Noors”). Het Bokmål is gebaseerd op het Deens-Noors en dit heeft zich ontwikkeld vanuit het geschreven Deens, met aanpassingen aan de fonologie van het meest gesproken dialect in het oosten van Noorwegen. Het Nynorsk is een creatie van de taalkundige Ivar Aasen in de jaren 50 van de 19e eeuw en is gebaseerd op een compilatie van diverse dialecten in het westen van Noorwegen.

Het Bokmål en het Nynorsk hebben officieel een gelijkwaardige status, alhoewel het Bokmål wat gangbaarder is in Oslo en de grotere steden. Het Nynorsk wordt gebruikt door zo’n 10-15% van de bevolking, voornamelijk aan de westkust, alsmede in regeringsstukken, literatuur, toneelkunst, kerkdiensten en bij de publieke omroep.

Op dit moment spreken zo’n 20.000 mensen in Noorwegen het Sámi als moedertaal. Het Sámi maakt deel uit van de Finoegrische taalfamilie en de wortels daarvan in Noorwegen gaan wellicht net zo ver terug als die van het Noors. Het Noord-Sámi heeft in de Noord-Noorse districten Kárášjohka-Karasjok, Guovdageaidnu-Kautokeino, Unjárga-Nesseby, Porsanger en Deatnu-Tana alsmede Gáivuotna-Kåfjord de status van officiële taal gekregen en is daarmee gelijkgesteld aan het Noors.

Door het aantal immigranten en vluchtelingen van wie de eerste taal geen Noors is, worden er op dit moment op de Noorse basisscholen circa 110 verschillende moedertalen gesproken. Tegenwoordig is in Noorwegen Engels de belangrijkste vreemde taal voor international gebruik, gevolgd door Duits en Frans. Bovendien maken ongeveer 4000 auditief gehandicapten gebruik van de Noorse gebarentaal, waarvan twee hoofdvarianten bestaan, die teruggaan op de oudste doveninstituten van Noorwegen in Oslo en Trondheim.


Bron: Bewerking van de Noorse encyclopedie van Aschehoug en Gyldendal / Geir Thorsnæs   |   Delen op netwerk   |   print