De vikingtijd markeert het einde van de prehistorie in Noorwegen. Voor zover bekend bestaan er geen geschreven bronnen, dus de kennis over deze periode is voornamelijk gebaseerd op archeologische vondsten. De sagen vertellen ons ook iets meer over dit tijdperk. Hoewel deze later werden opgeschreven, zijn ze wel gebaseerd op verhalen die mondeling van generatie op generatie werden overgeleverd. Uit al deze verhalen blijkt dat de vikingtijd zonder twijfel de rijkste periode in de Scandinavische prehistorie is geweest.
Vele wetenschappers beschouwen de plundering in 793 van het klooster van Lindisfarne, voor de noordoostkust van Engeland, als het begin van de vikingtijd. In delen van West- en Zuidwest-Europa worden de vikingen nog steeds beschouwd als wrede bandieten die hun slachtoffers te gronde richtten met vuur en zwaard. Dit is slechts ten dele waar. De vikingen maakten ook vreedzame tochten met het oog op handel en kolonisatie. Noorse vikingen vestigden zich op de Orkney-eilanden, de Shetland-eilanden, de Hebriden en Isle of Man. Het vasteland van Noord-Schotland en Ierland werd ook een nieuw woongebied, en Dublin, dat door de vikingen in de jaren veertig van de negende eeuw werd gesticht, was tot het jaar 1171 onder Scandinavisch bestuur.
Op IJsland en Groenland vonden de Noorse vikingen onbewoond land. Daar vestigden ze zich en vormden er gemeenschappen. Het huidige IJsland stamt rechtstreeks af van de koloniserende vikingen. Op Groenland stierven de Noorse gemeenschappen echter een paar eeuwen later om onbekende redenen uit.
De vikingen bouwden snelle, wendbare schepen voor hun talrijke expedities en waren ervaren zeevaarders. Deze onverschrokken mannen reisden meerdere keren heen en weer naar Amerika, een prestatie waarmee ze de zeewaardigheid van hun langschepen bewezen. De sagen verhalen dat Leif Eriksson "het Goede Vinland" ontdekte in het jaar 1001, maar hedendaagse wetenschappers beweren dat andere vikingen al eerder Amerika hadden bereikt. De vikingtijd bereikte zijn hoogtepunt in 1066, toen de Noorse koning Harald Hardrada en zijn mannen bij de slag van Stamford Bridge in Engeland werden verslagen.
De eenwording van Noorwegen
De gebieden die later tezamen Noorwegen zouden vormen, waren tot aan de negende eeuw nog geen eenheid. Al eerder werden echter pogingen gedaan ze bijeen te brengen. De twee belangrijkste gemeenschapsvormen waren de volksvergaderingen, of tings, georganiseerd rond een centraal Allting, en kleine vorstendommen.
Dit zal verschillende redenen hebben gehad. Een belangrijke reden was de behoefte van de boeren aan vrede en stabiliteit, vooral in de kustgebieden. Zij hadden voortdurend last van roofbendes en vikingen die al plunderend terugkeerden. De kustgebieden bezaten veel rijkdom in de vorm van gestolen en verhandelde goederen. De kleine vorsten zaten veilig op hun "troon" en vormden, dankzij de verwantschappen die door huwelijken ontstonden, een hechte groep met vrij veel macht.
De kleine vorsten in Viken, het gebied rond de Oslo Fjord, speelden een belangrijke rol in dit proces. Hun macht nam geleidelijk aan toe terwijl district na district onder hun heerschappij werd gebracht. Na een slag bij Hafrsfjord in de buurt van Stavanger, vermoedelijk in het jaar 872, versterkte koning Harald Schoonhaar zijn positie als heerser over grote delen van het land. Het eenwordingsproces duurde echter nog een aantal decennia en zorgde voor hevige strijd tussen vijandige Noorse stamhoofden onderling en tussen Noren en andere noordelijke volkeren. In 1060 lijkt het eenwordingsproces te zijn voltooid.