A | A | A

Noorwegen na 1905

De toekomstige regeringsvorm van Noorwegen was onderwerp van hevige discussie. Uit een referendum bleek dat een grote meerderheid de voorkeur gaf aan een monarchie boven een republiek. Op 18 november 1905 koos het Storting (de Noorse volksvertegenwoordiging) de Deense prins Carl tot koning van Noorwegen. Prins Carl was getrouwd met prinses Maud, dochter van koning Edward VII van Groot-Brittannië, en had één zoon. De nieuwe koninklijke familie arriveerde op 25 november in Noorwegen. Prins Carl nam de naam Haakon VII aan, en legde een eed af voor het Storting waarin hij trouw zwoer aan de Noorse grondwet.

Na beëindiging van de unie met Zweden maakte Noorwegen een periode van economische groei door. Het bruto nationaal product steeg met 55 procent, dat wil zeggen met een gemiddelde van 4 procent per jaar. De bevolking nam snel in aantal toe en de werkgelegenheidssituatie verbeterde. Dit was het gevolg van de tweede fase van de industriële revolutie, die in Noorwegen werd gekenmerkt door buitenlandse investeringen en de exploitatie van goedkope waterkracht. De elektrochemische en elektrometallurgische industrie ontwikkelden zich en nieuwe producten verschenen op de markt. Grote ondernemingen als Norsk Hydro werden opgericht en er ontstond een aantal nieuwe industriële centra. Deze periode van economische bloei duurde tot aan het begin van de eerste wereldoorlog.

De arbeidersbeweging in Noorwegen ontstond voordat de unie met Zweden werd beëindigd. De eerste vakbonden werden in 1872 gevormd, en in 1887 werd de Arbeiderspartij opgericht. Mannen kregen in 1898 algemeen stemrecht en vrouwen in 1913.

Tijdens de verkiezingen in 1903 behaalde de Arbeiderspartij vier mandaten. In 1912 stemde 26 procent van het electoraat op deze partij, en werden 23 vertegenwoordigers afgevaardigd naar het Storting. Hierdoor werd de Arbeiderspartij de op een na grootste partij in de volksvertegenwoordiging, na de liberalen.

De eerste jaren van de industrialisatie brachten nog geen grote veranderingen teweeg in de sociale structuur van het land. In 1910 was 42 procent van de werkende bevolking nog steeds werkzaam in de land- en bosbouw. In 1920 was dit 37 procent. Vandaag de dag is dit percentage gedaald tot 3,7 procent.

Na het beëindigen van de unie moest Noorwegen een ministerie van buitenlandse zaken en een netwerk van ambassades en consulaten opzetten. De beschikbare middelen hiervoor waren uiterst beperkt. In de richtlijnen voor het buitenlandbeleid die in 1905 door de regering van Christian Michelsen waren opgesteld, werd benadrukt dat Noorwegen zich afzijdig moest houden van verdragen waarmee het land bij oorlogen betrokken zou kunnen raken. Dit neutraliteitsbeleid vond brede steun onder de bevolking. Noorwegen speelde echter wel een actieve rol bij het bevorderen van internationale arbitrageverdragen.

Gedurende de eerste wereldoorlog bleef Noorwegen neutraal, maar de Noorse handelsvloot leed wel zware verliezen als gevolg van de duikbotenoorlog en de zeemijnen. Ongeveer 2.000 zeelieden verloren het leven. De oorlog leverde echter ook een aanzienlijke financiële winst op, waardoor de Noren grote bedrijven die in buitenlandse handen waren overgegaan, weer terug konden kopen (Borregaard, de kolenvelden van Spitsbergen (Svalbard), enz.). Noorwegen kreeg als gevolg van het naoorlogse verdrag in 1920 zijn soevereiniteit over Spitsbergen terug.

De liberalen verloren bij de algemene verkiezingen in 1918 de meerderheid in de volksvertegenwoordiging. Tot 1945 was vervolgens geen enkele partij in staat een meerderheid te behalen in het Storting. De Arbeiderspartij wist in 1928 haar eerste regering te vormen. Deze regering bleef slechts 19 dagen overeind, en werd vervolgens door een niet-socialistische meerderheid omvergeworpen.

De depressie die zich in de jaren twintig aandiende, had ook gevolgen voor Noorwegen. Het valutabeleid van de regering verergerde de problemen. Handel en scheepvaart leden grote verliezen. Een aantal banken ging failliet. De kroon begon te devalueren en er was een ernstig tekort aan buitenlandse valuta. De staatsinkomsten daalden en vele gemeenten werden zwaar getroffen. De lonen, die na onderhandelingen in 1920 hoog waren geweest, werden verlaagd onder fel protest van de arbeiders, die in die tijd sterk beïnvloed waren door revolutionaire ideeën. De hoge werkloosheid duurde tot het begin van de tweede wereldoorlog.

In 1932 kondigde zich echter weer een nieuwe economische groei aan, die een drastische verbetering van de Noorse betalingsbalans tot gevolg had. Van 1935 tot 1939 steeg het nationale inkomen met meer dan NOK 1.400 miljoen, in die tijd voor Noorwegen een aanzienlijk bedrag.

In 1920 werd Noorwegen lid van de Volkerenbond en stapte daarmee van zijn isolatiebeleid af. De samenwerking die tijdens de oorlog tussen de Scandinavische landen was opgezet, werd voortgezet in de Volkerenbond, waarbij de Scandinavische landen hun steun betuigden aan vreedzame maatregelen en afstand namen van militaire sancties. De voorzitter van het Noorse Storting, Carl Joachim Hambro, was ook voorzitter van de Volkerenbond toen de tweede wereldoorlog uitbrak.

Door de oorlogsdreiging aan het eind van de jaren dertig werd defensie weer een belangrijk punt op de Noorse politieke agenda. De socialisten waren voorheen sterk gekant tegen investering van kapitaal in de krijgsmacht, en werden in dit standpunt voor een deel gesteund door de liberalen. Een andere reden voor de scepsis van de socialisten ten opzichte van de krijgsmacht was het feit dat Vidkun Quisling, die later nationaal-socialist werd, aan het begin van de jaren dertig aan het hoofd stond van het ministerie van Defensie, als minister in het kabinet van de Agrarische Partij. In 1936 vormde de Arbeiderspartij opnieuw een regering, met parlementaire steun van de Agrarische Partij. Johan Nygårdsvold werd minister-president. Er werd meer geld gestoken in defensie, maar te laat om nog echt van invloed te zijn op de militaire kracht van Noorwegen. Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog in 1939 kondigde Noorwegen opnieuw zijn neutraliteit af.


Bron: Door Tor Dagre   |   Delen op netwerk   |   print