Pas in 1895, toen Edvard Munch diverse technieken, waaronder houtgravure, etsen en lithografie in gebruik nam, begon de ontwikkeling van grafische kunst in Noorwegen. Omdat hij in het buitenland woonde vond zijn werk niet onmiddellijk erkenning in Noorwegen. Vandaar dat zijn grafische technieken geen invloed hadden op het werk van zijn Noorse collega-kunstenaars. Enkele jaren later ontwikkelde Nikolai Astrup een zeer persoonlijke stijl, waarbij hij de techniek van gekleurde houtgravures toepaste. Ook Johan Nordhagen leverde via zijn onderricht aan de Koninklijke kunst- en nijverheidsacademie (1899) een belangrijke bijdrage, waardoor een solide basis werd gelegd voor het grafisch onderwijs in Noorwegen. De meest prominente Noorse grafische kunstenaars in de eerste helft van de 20e eeuw waren Rolf Nesch (1893-1975), die internationale erkenning verwierf met zijn originele grafische metaaltechniek en de Samische kunstenaar John Savio (1902-1938), die voornamelijk met houtgravures werkte.
In de jaren 1950 en 1960 werden de technieken van Rolf Nesch toegepast door Sigurd Winge, die zich steeds meer richtte op het Duitse expressionisme. Hij werkte voornamelijk met etsen en experimenteerde met het contrast tussen lichte en donkere kleuren. De algemene trend in de jaren 1950 was landschappen en figuurstudies, waarbij voornamelijk gebruik werd gemaakt van houtgravures en lithografie. Talloze veelbelovende kunstenaars volgden de stijl van Stanley Hayters internationale Atelier 17 in Parijs, dat zich specialiseerde in de techniek van meerkleurendruk met slechts één plaat. In 1965 openden Reidar Rudjord en Anne Breivik een atelier in Oslo, Atelier Nord, in navolging van de principes van de Parijse studio.
In de jaren 1970 werden verscheidene nieuwe technieken gelanceerd, waaronder zijdezeefdruk en bovendien herleefde de etskunst in zowel figuratief als non-figuratief werk. Deze periode wordt vaak aangeduid als de gouden eeuw van de grafische kunst, aangezien zowel de kunstenaarsgemeenschap als het grote publiek in toenemende mate belangstelling voor het genre vertoonde en allerlei nieuwe ateliers en kunstenaarscollectieven werden opgericht. Tot de vermeldenswaardige namen van de afgelopen jaren behoren Bjørn-Willy Mortensen (1941-1993), Per Kleiva (geb. 1933) en Anders Kjær (geb. 1940).