A | A | A

Nobelprijswinnaars

Tussen 1903 en 1928 werd aan drie Noorse schrijvers de Nobelprijs voor literatuur toegekend. Het werk van deze auteurs speelde een belangrijke rol bij het leggen van een fundament voor de moderne Noorse literatuur. In 1814 werd de vier eeuwen durende unie van Noorwegen met Denemarken ontbonden, echter slechts om te worden vervangen door een unie met Zweden die tot 1905 duurde. Naarmate de druk om onafhankelijkheid te verwerven toenam, groeide ook de wens om een nationale literaire traditie op te bouwen, op basis van de Noorse taal in plaats van het Deens.

In de jaren 1850 en daarna publiceerde Bjørnstjerne Bjørnson (1832-1910) zijn Bondefortellinger (Boerenverhalen) en gaf daarmee de Noorse literatuur een nieuwe vertelstijl en een stem. Bjørnsons oeuvre omvat poëzie, verhalen, romans en toneelstukken. Deze tijdgenoot van toneelschrijver Henrik Ibsen (zie Drama) won in 1903 de Nobelprijs “als eerbetoon aan zijn edele, prachtige en veelzijdige poëzie, die zich altijd heeft onderscheiden door zowel de originaliteit van haar inspiratie als de zeldzame puurheid van geest.” Verder raakte Bjørnson al vroeg betrokken bij de beweging die een nationaal Noors theater wilde oprichten.

De tweede Noorse Nobelprijswinnaar, Knut Hamsun (1859-1952), brak op literair gebied door met Sult (Honger), een autobiografische roman die de opkomst van de neoromantiek in Noorwegen markeerde. In 1920 ontving Hamsun de Nobelprijs voor Markens Grøde (Hoe het groeide), dat in 1917 verscheen. Hamsuns werk wordt bepaald door een diepe afkeer van de beschaafde wereld en het geloof dat alleen het werken op het land de mens voldoening kan schenken. Deze primitiviteit (en het daarmee gepaard gaande wantrouwen jegens alle moderne dingen) kwam het meest volledig tot uitdrukking in Hoe het groeide, dat vaak als zijn meesterwerk wordt beschouwd. In zijn vroege werk draait het vaak om een paria, een vagebondfiguur die zich agressief afzet tegen de beschaafde wereld. Tijdens zijn middenperiode maakte Hamsuns agressiviteit plaats voor melancholieke berusting over het feit dat de jeugd voorbij was. Hamsuns werken worden beschouwd als klassiekers in de Noorse literatuur en hij blijft een van de meest vertaalde Noorse fictieschrijvers. In zijn veelgeprezen biografie van Hamsun (Enigma, The Life of Knut Hamsun, 1987) noemt Robert Ferguson Hamsun een van de belangrijkste en meest inventieve literaire stilisten van de afgelopen eeuw. Hij is van mening dat vrijwel geen enkele moderne Europese of Amerikaanse auteur niet bewust of onbewust is beïnvloed door het werk van Hamsun. Van de meer dan 40 boeken die Knut Hamsun heeft geschreven, worden verscheidene beschouwd als ware klassiekers.

Sigrid Undset (1882 - 1949) ontving in 1928 de Nobelprijs voor haar boeiende beschrijving van het leven in de middeleeuwen. Haar trilogie over Kristin Lavransdatter (1920-1922) wordt internationaal als een klassiek werk beschouwd. Undset was een productief schrijfster en een rasvertelster, die gedegen historische kennis aan een groot inzicht in menselijke omstandigheden paarde. In de dertiger jaren werden Undsets boeken in Duitsland verboden en tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze vanwege de nazi-bezetting gedwongen haar vaderland Noorwegen te verlaten. Ze ging naar de Verenigde Staten, maar bleef het Noorse verzet steunen. Na de oorlog keerde ze terug naar haar land en ontving het Grootkruis van St. Olav voor haar oeuvre en haar inspanningen voor het vaderland. Haar literaire productie omvat meer dan 30 titels en haar boeken zijn in vele talen vertaald.


Bron: Door NORLA – Noorse literatuur in het buitenland   |   Delen op netwerk   |   print