A | A | A

Kunstnijverheid

24-8-2009 //

Uit tal van oudheidkundige vondsten blijkt dat er ook in het verleden bewuste pogingen werden gedaan om esthetische kwaliteiten toe te voegen aan alledaagse gereedschappen en uitrusting. De professionele kwaliteit van het textiel en houtsnijwerk dat werd aangetroffen in de zogeheten vondst van Oseberg levert ruimschoots bewijs dat we te maken hebben met het werk van ingenieuze ambachtslieden. Ook het interieur en de aankleding van de middeleeuwse Noorse kerken getuigen van een grote vakbekwaamheid. Deze komt onder andere tot uiting in de fraai bewerkte preekstoelen, diverse koperen en zilveren ceremoniële parafernalia en wellicht nog het meest in het prachtig geweven kerktextiel, zoals het decoratieve tapijt van Baldishol, vervaardigd door een anonieme kunstenaar zoals gebruikelijk was in die tijd.

Rosemaling is een decoratieve schildertechniek die uniek is voor Noorwegen. Als hoofddessin wordt gebruik gemaakt van rozen van diverse vormen en afmetingen. Tegenwoordig wordt rosemaling, dat in het verleden vooral populair was op het platteland, beschouwd als een klassieke Noorse volkskunst.

In de 16e eeuw begonnen Noorse goudsmeden hun producten te voorzien van een waarmerk. Vanaf die tijd is de naam van de ambachtsman dus altijd zichtbaar op het eindproduct.

Een andere belangrijke traditie die in de Renaissance tot bloei kwam was tapisserie, voornamelijk een vrouwenaangelegenheid, die stevig geworteld is in de regio Gudbrandsdalen. Verder produceerden de Noorse ijzergieterijen vanaf het begin van de 17e eeuw fornuizen die voorzien waren van artistiek hoogwaardig en interessant graveerwerk, dat in feite de bakermat van de Noorse kunstnijverheid vormt.

In de landelijke gebieden bleef de traditie van houtsnijwerk en rosemaling tot ver in de 19e eeuw voortbestaan. Toen Noorwegen in 1814 onafhankelijkheid werd, leken zich allerlei nieuwe mogelijkheden voor de kunstnijverheidssector aan te dienen, maar in de decennia die volgden werd de ontwikkeling ernstig belemmerd door de heersende armoede. Gedurende de tweede helft van de 19e eeuw werd de Noorse kunstnijverheid nog sterk beïnvloed door de oude tradities, maar geleidelijk aan begon nieuwe technologie een plaats te krijgen binnen de sector. De Hadeland glasfabriek, die in 1852 werd opgericht, ging zich toeleggen op de productie van meer verfijnd glaswerk, waarbij vaak buitenlandse technieken met een hoge technische standaard werden toegepast. De faience-industrie in Egersund introduceerde geglazuurd Engels aardewerk en in 1887 werd de porseleinfabriek van Porsgrunn geopend.

In de afgelopen 100 jaar heeft de esthetische waarde van kunstnijverheid steeds meer erkenning gekregen en sinds het begin van de vorige eeuw zijn er in de grote bevolkingscentra talloze grote internationale tentoonstellingen georganiseerd. Een centraal aspect van deze ontwikkeling is de trend onder Noorse goudsmeden om minder tijd te besteden aan reparatiewerkzaamheden en zich meer te richten op de artistieke kant van hun vak.

De hernieuwde interesse voor Noorse kunstnijverheid tijdens de periode van de Jugendstil was tevens aanleiding voor een herleving van het gebruik van oude Vikingsymbolen. Zo werden de duivels- en drakenkoppen, die in allerlei kunstvormen zijn terug te vinden en internationale belangstelling trokken, bijna een soort nationaal symbool.

Het functionalisme van de jaren 1930 had een aanzienlijke invloed op de Scandinavische kunstnijverheid en mondde in de jaren 1950 uit in een gedistingeerde, zachtere en meer menselijke vorm die bekend staat als Scandinavian Design.

De ontwikkelingen van de jaren 1970 brachten een radicale verandering teweeg in de kunstnijverheid. Textiel, glaswerk, keramiek en andere vormen van handwerk werden nu volledig geaccepteerd als een visuele kunstvorm en de feitelijke functie van het product speelde geen hoofdrol meer. In 1974 kwamen ambachts- en handwerkslieden via hun vereniging Norske kunsthåndverkere (Noorse beoefenaars van kunstnijverheid) uiteindelijk in aanmerking voor een van overheidswege gewaarborgde inkomensvoorziening en verwierven zij een bredere acceptatie binnen de Noorse kunstenaarsgemeenschap. In de jaren 1980 nam het belang van industrieel ontwerpen toe en kregen steeds meer handwerkslieden opdracht om openbare ruimten en gebouwen te verfraaien. Kunstnijverheid en design vormden ook een belangrijk onderdeel van de artistieke uitingen tijdens de Olympische winterspelen van 1994 in Lillehammer.


Bron: De tekst is opgesteld met toestemming van Visiting Arts op basis van de Norway Arts Directory (ISBN 19020349164 © 1999).  E-mail: information@visitingarts.org.uk   |   Delen op netwerk   |   print