De Noorse welvaart en economische groei zijn afhankelijk van goede handelsovereenkomsten met andere landen. Noorwegen neemt daarom actief deel aan de ontwikkeling van een bindende regelgeving voor de internationale handel, en was een van de 23 landen die betrokken waren bij de oprichting van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) in 1947. Deze internationale regels kregen een sterkere positie toen de GATT in 1995 vervangen werd door de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Op dit moment is de WTO een wereldwijde organisatie met ongeveer 150 lidstaten en een aantal andere landen dat het lidmaatschap heeft aangevraagd.
De WTO-regels beschermen landen tegen discriminatie, protectionisme en dominantie door de sterken in de wereldhandel, en hebben de mondiale groei van de economie en de ontwikkeling bevorderd. De toltarieven op industriële producten zijn drastisch verlaagd de afgelopen 50 jaar, en er zijn nu WTO-overeenkomsten betreffende de handel in landbouwproducten en diensten (GATS) en handelsgerelateerde aspecten van intellectuele eigendomsrechten zoals patenten, handelsmerken en auteursrechten (TRIPS). Dankzij het stelsel van geschillenbeslechting kan de organisatie haar regels opleggen, en is het zelfs voor kleine landen mogelijk om voor hun rechten op te komen.
Er bestaat echter nog steeds een aantal belangrijke handelsbarrières op verschillende terreinen. Op de ministerconferentie van de WTO in Doha in 2001 besloten de lidstaten om een nieuwe onderhandelingsronde te starten met als doel de handelsbarrières verder te slechten. Men was het erover eens dat de behoeften van ontwikkelingslanden hierbij bijzondere aandacht moesten krijgen.
Noorse industrieproducten, waaronder vis en visproducten, hebben nog steeds last van tolbarrières op verschillende markten. Bij de huidige onderhandelingsronde willen wij vooral een verlaging van de toltarieven op vis en visproducten bereiken, vooral wat betreft verwerkte producten.
Noorwegen exporteerde in 2004 diensten ter waarde van ongeveer NOK 176 miljard, wat neerkomt op ongeveer 24 procent van de totale exportopbrengsten. Noorwegen is vooral geïnteresseerd in een betere markttoegang voor diensten aan de zeescheepvaart en andere maritieme diensten, diensten op het gebied van energie, telecommunicatie en maritieme verzekeringen. Noorwegen richt zich met name op commerciële diensten die een aanzienlijke steun leveren aan andere economische activiteiten. Tegelijkertijd is Noorwegen tegen het uitoefenen van druk om markten binnen belangrijke openbare sectoren open te breken en het stellen van strenge onderhandelingsvoorwaarden aan de minst ontwikkelde landen.
Het gebruik van protectionistische maatregelen en antidumpingrechten is een groeiend probleem en kan de markttoegang ondermijnen. Noorse producten, vooral gekweekte vis, worden zowel in de VS als de EU getroffen door dergelijke maatregelen. Noorwegen spant zich daarom binnen de WTO actief in om de invoering van dergelijke maatregelen uit protectionistische overwegingen te bemoeilijken.
Noorwegen wil een levensvatbare landbouwsector in stand houden met het oog op de voedselveiligheid, de instandhouding van de vestigingspatronen in afgelegen gebieden en het cultuurlandschap. Door het hoge kostenniveau is Noorwegen afhankelijk van een zekere mate van tolbescherming en subsidiëring van de landbouw. Aan de andere kant is de landbouwexport erg belangrijk voor vele landen, niet in het minst voor ontwikkelingslanden. De lidstaten van de WTO hebben zichzelf als doel gesteld de handel in landbouwproducten te liberaliseren door de toltarieven en de binnenlandse subsidieregelingen terug te dringen. Het is echter moeilijk gebleken om het eens te worden over de wijze waarop dit moet gebeuren.
Voor Noorwegen is het erg belangrijk om de mondiale welvaart te stimuleren. Meer dan driekwart van de 150 WTO-lidstaten zijn ontwikkelingslanden, en voor hen is de buitenlandse handel een bijzonder belangrijk instrument om hun inkomsten te vergroten en de basis te leggen voor een sterkere economische groei. Daarom heeft Noorwegen binnen de WTO de nadruk gelegd op de speciale behoeften van ontwikkelingslanden.
Noorwegen is blij met de uitkomst van de ministerconferentie van de WTO in Hongkong in december 2005, waarbij verschillende belangrijke beslissingen voor de ontwikkelingslanden en met name de minst ontwikkelde landen werden genomen en plannen werden opgesteld om de onderhandelingsronde in Doha vóór het einde van 2006 te beëindigen. Noorwegen zal haar best doen om ervoor te zorgen dat de onderhandelingsronde in Doha leidt tot een evenwichtig resultaat dat de belangen van alle lidstaten veiligstelt.