De Zweedse industriemagnaat Alfred Nobel (1833-1896), de uitvinder van het dynamiet, is de man achter de Nobelprijs voor de vrede. Bij zijn overlijden bestond zijn imperium uit een netwerk van bijna honderd fabrieken, wat hem tot een van de rijkste mannen ter wereld maakte. Omdat hij geen kinderen had en niet getrouwd was, maakte Nobel een testament op waarin hij bepaalde dat zijn fabrieken verkocht moesten worden en dat de opbrengst hiervan in een fonds geplaatst moest worden. De rente uit dit fonds moest ieder jaar verdeeld worden over degenen “die het voorafgaande jaar de grootste bijdrage hebben geleverd aan de mensheid”. De Nobelprijzen voor literatuur, natuurkunde, scheikunde en geneeskunde zouden ieder jaar door Zweedse instellingen uitgereikt moeten worden, maar de eer om de vijfde prijs, de Nobelprijs voor de vrede, uit te reiken werd voorbehouden aan een onafhankelijk comité dat benoemd was door de Noorse volksvertegenwoordiging, het Storting.
Er zijn verschillende redenen waarom Nobel voor Noorwegen koos. Zweden en Noorwegen waren nog steeds verenigd in een unie toen Nobel zijn testament schreef, en het Storting had er in de praktijk blijk van gegeven dat het moderne ideeën over vrede ondersteunde, zoals ontwapening en arbitrage, om te voorkomen dat conflicten ontaarden in openlijke gevechtshandelingen.
Het Storting ging akkoord met de voorwaarden in het testament en zette het proces in gang. De eerste vijf leden van het Noorse Nobelcomité werden in 1897 benoemd en in 1901 koos het comité de Zwitser Henry Dunant, de oprichter van het Rode Kruis, en de Franse vredesactivist Frédéric Passy als de eerste winnaars van de vredesprijs.
De organisatie van de Noorse Nobelactiviteiten
Het Storting benoemt de vijf leden van het Noorse Nobelcomité, maar het comité fungeert als een volledig zelfstandige eenheid. De personen die voor deze eervolle taak gekozen worden, zijn voormalige parlementsleden of mannen en vrouwen die op andere wijze een belangrijke rol in de samenleving hebben gespeeld.
Het Noorse Nobelinstituut werd opgericht in 1904. Het staat onder leiding van een directeur, die tevens de secretaris van het Nobelcomité is. De voornaamste taak van het instituut is informatie te verzamelen over de kandidaten voor de vredesprijs, zodat het comité zo goed mogelijk is toegerust om een winnaar te kiezen.
De kandidaten moeten ieder jaar voor 1 februari genomineerd worden, en slechts een beperkt aantal personen heeft het recht om kandidaten te nomineren. Onmiddellijk nadat het nominatieproces is afgesloten, komen het comité en de secretaris bij elkaar om een voordracht op te stellen van geschikte kandidaten. Daarna stellen de adviseurs van het comité en andere experts gedetailleerde rapporten op over iedere kandidaat. Deze rapporten vormen de grondslag voor de verdere beraadslagingen van het comité.
Het Nobelcomité maakt de naam van de winnende kandidaat midden oktober bekend. De vredesprijs kan toegekend worden aan zowel personen als organisaties. De prijs kan ook gedeeld worden tussen maximaal drie kandidaten, die allemaal betrokken moeten zijn bij dezelfde zaak. De officiële uitreikingsceremonie vindt plaats in het stadhuis van Oslo op 10 december, de sterfdag van Alfred Nobel. De winnaar ontvangt een gouden medaille, een diploma en een aanzienlijke geldprijs, die in 2004 SEK 10 miljoen bedroeg.
De positie van de vredesprijs
De Nobelprijs voor de vrede neemt een unieke positie in, ondanks de concurrentie van honderden andere, vergelijkbare prijzen. Volgens The Oxford Dictionary of Contemporary World History is het “De meest prestigieuze prijs ter wereld, toegekend voor het bewaren van de vrede”.
De bijzondere positie die de vredesprijs inneemt, is gebaseerd op meerdere factoren. Het is een gevestigde prijs waaraan een aanzienlijk geldbedrag is verbonden. Bovendien maakt hij deel uit van het totale pakket aan Nobelprijzen, dat historisch gezien internationaal hoog in aanzien staat. De beslissingen van het Noorse Nobelcomité weerspiegelen liberale, westerse waarden, en de internationale positie van de vredesprijs kwam hierdoor slechts enkele malen in het geding. Daarnaast houdt het comité er een flexibele benadering van het begrip vrede op na en is het testament van Alfred Nobel breed geïnterpreteerd. De afgelopen decennia hechtte het comité steeds meer waarde aan het mondiale karakter van de vredesprijs, en heeft men getracht de belangrijkste partijen in een conflict bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten en in Noord-Ierland, in een poging het vredesproces te stimuleren.