A | A | A

Humanitaire betrokkenheid

Clustermunitie is een groot en groeiend probleem. Als dit wapen steeds vaker en door steeds meer mensen wordt gebruikt, kan het zelfs een grotere uitdaging voor de humanitaire omstandigheden en de ontwikkeling gaan vormen dan de antipersonele mijnen in de jaren negentig.

Momenteel is er veel aandacht voor clustermunitie, een algemene aanduiding voor wapens die vele (tientallen tot honderden) kleine submunities over een groot gebied verspreiden. De submunities zitten in een houder die uit een vliegtuig kan worden gegooid of met behulp van artillerie of raketten kan worden afgevuurd. De houder gaat een eindje boven het doelgebied open, waarna de submunities worden verspreid en tot explosie komen als ze hun doel raken.

De oorlogen van de afgelopen twee decennia in Europa, Azië en het Midden-Oosten hebben duidelijk laten zien dat de humanitaire gevolgen van dit type wapens onacceptabel zijn, niet alleen in een oorlogssituatie, maar ook lang nadat een gewapend conflict is beëindigd. Hiervoor zijn twee hoofdoorzaken.

In de eerste plaats bestrijken ze een groot gebied, waardoor ze onvoldoende onderscheid maken tussen burgers en soldaten. Afhankelijk van het type wapen varieert de oppervlakte van het doelgebied van een paar honderd vierkante meter tot ongeveer 20 hectare, wat gelijkstaat aan 40 voetbalvelden. Vaak als clustermunitie op grote schaal wordt ingezet, betreft het gebieden waar burgers en militairen niet duidelijk van elkaar gescheiden zijn, zoals steden en landbouwgebieden. Wanneer in dergelijke gebieden wapens worden gebruikt die explosieven verspreiden over een grote oppervlakte, is het bijna onmogelijk om geen burgers te raken.

In de tweede plaats laten clusterwapens vaak een groot aantal blindgangers achter. Dit zijn submunities die niet tot ontploffing komen en daardoor als zeer instabiele explosieven achterblijven op de grond, in bomen, op daken of in ingestorte huizen. Deze blindgangers hebben in de praktijk hetzelfde effect als antipersonele mijnen en maken vele onschuldige burgerslachtoffers, bijvoorbeeld wanneer mensen vernietigde huizen willen herbouwen of onmisbare landbouwactiviteiten willen hervatten.

Omdat het aantal blindgangers relatief hoog is – 25 % is niet ongewoon – en omdat de wapens vaak in grote hoeveelheden worden gebruikt, kan het aantal blindgangers enorm oplopen. Gebleken is dat er nog jaren nadat een oorlog is beëindigd doden en gewonden onder de burgerbevolking vallen.

Er zijn veel middelen nodig om de blindgangers op te ruimen en de slachtoffers te helpen. Voor arme landen betekent dit dat reeds beperkte middelen moeten worden ingezet om deze problemen op te lossen, ten koste van andere ontwikkelingsdoelen. De internationale gemeenschap biedt in het kader van de ”Landmine Monitor” jaarlijks ongeveer 400 miljoen USD aan ondersteuning om getroffen samenlevingen te helpen met het opruimen van explosieven. Van dit bedrag komt ongeveer 39 miljoen USD voor rekening van Noorwegen. Als in de toekomst steeds meer gebruik wordt gemaakt van clustermunitie, kan de behoefte aan ondersteuning en hulp van de internationale gemeenschap veel groter worden. Dit zou niet alleen betekenen dat de humanitaire kosten onacceptabel worden, maar ook dat de getroffen landen gebukt zullen gaan onder een zware financiële last.


Bron: het Noorse Ministerie van Buitenlandse Zaken   |   Delen op netwerk   |   print