A | A | A
Foto: Trond Viken, Utenriksdepartementet.Foto: Trond Viken, Utenriksdepartementet

Ontwikkelingsbeleid

Laatst bijgewerkt: 21.01.2009 // Het Noorse ontwikkelingsbeleid daagt de scheve machtverdeling in en tussen landen uit alsook toestanden die bijdragen tot onrechtvaardigheid, onderdrukking en discriminatie op alle niveaus.

De strijd tegen de armoede en voor de milleniumdoelen alsook het geloof in een door de VN gestuurde wereldorde liggen vast.

De Noorse inzet dient gebaseerd te zijn op de rechten van het individu en bijdragen tot het vermogen van de staten om hun verplichtingen na te komen en het vermogen van de inwoners om te eisen dat hun rechten worden gerespecteerd.

Noorwegen werkt doelbewust op centrale gebieden zoals staatsbestel, mensenrechten, milieu/klimaat, onderwijs, gezondheid en gelijke rechten. Het is goed gedocumenteerd dat investeringen in de opleiding, gezondheid en inkomensmogelijkheden van vrouwen van groot belang zijn voor de ontwikkeling en de economische groei van de maatschappij.

Ontwikkelingslanden geven vorm aan hun eigen toekomst

Een nationaal ontwikkelingsproces kan niet door anderen dan de natie zelf tot stand worden gebracht. Ontwikkelingslanden hebben het recht en de verantwoordelijkheid om vorm te geven aan hun eigen toekomst. Een functionerende staat, een actieve burgerlijke maatschappij en een levensvatbaar bedrijfsleven zijn volgens de Noorse visie noodzakelijk voor een positieve maatschappijontwikkeling. De ontwikkelingslanden moeten zelf hun keuzes maken en hun prioriteiten stellen met betrekking tot de ontwikkeling van sociale dienstverlening, democratie en het beleid voor tewerkstelling en een duurzame economische groei.

Noorwegen kan deze processen ondersteunen door middel van financiering en competentie.

Klimaat en bossen

Armoede wordt door de klimaatveranderingen verergerd. Klimaataanpassing betekent in de eerste plaats het verminderen van de gevoeligheid van arme landen en kwetsbare groepen voor deze veranderingen. Noorwegen heeft door haar inzet voor de bossen internationaal een leidende rol in de bewaring van het regenwoud dat klimaatgassen bindt, de ecologische diversiteit bevordert en de bestaansbasis is voor oervolkeren. Een robuuste milieupolitiek moet deel uitmaken van een economische politiek voor tewerkstelling, inkomens- en productiegroei, of dit nu arme of rijke landen betreft.

Conflict

Het merendeel van de huidige gewelddadige conflicten vindt plaats in arme landen, en in veel samenwerkingslanden van Noorwegen zijn er conflicten of ze zijn er kwetsbaar voor. Conflicten betekenen uitdagingen voor veel grotere gebieden en bevolkingen dan deze die rechtstreeks daarin betrokken zijn. Buurlanden en hele gebieden worden gedestabiliseerd en worden in het slechtste geval rechtstreeks in het conflict betrokken. Enkele conflicten kunnen wereldwijde gevolgen met zich meebrengen. De inzet voor vrede en verzoening is gebaseerd op respect voor en de bevordering van de mensenrechten. Het leed van de burgers is enorm bij gewelddadige conflicten. Vrouwen en kinderen in het bijzonder worden slachtoffers van aanrandingen en geseksualiseerd geweld. Noorwegen zal ermee doorgaan voorrang te geven aan haar inzet in kwetsbare staten.

Illegale kapitaalstromen en toegang tot kapitaal

Een snel groeiende wereldeconomie heeft bijgedragen tot de vermindering van de armoede en de verhoging van de levensstandaard van miljoenen mensen. Ontwikkelingslanden moeten betere toegang krijgen tot kapitaal over de hele wereld en waardecreatie, betere controle over hun eigen economische rijkdommen en ze moeten de voorwaarden scheppen voor investeringen in eigen land. Noorwegen zal zich inspannen om daartoe bij te dragen. Dit kan door onder andere toenemende handel, stijgende investeringen, een goed staatsbestel en privé overschrijvingen van migranten.

Een ander gebied waaraan voorrang wordt gegeven, is de efficiënte bestrijding van illegale kapitaalstromen uit de ontwikkelingslanden, die jaarlijks op wel vier duizend miljard Noorse kronen of vijfhonderd miljard euro worden geschat.


Bron: Bron: het Noorse Ministerie van Buitenlandse Zaken   |   Delen op netwerk   |   print