Internationale milieusamenwerking is ook noodzakelijk bij het ontwikkelen van goede oplossingen voor globale milieuproblemen waar alle landen mee te kampen hebben, zoals klimaatverandering, de afnemende biologische diversiteit en de verspreiding van gevaarlijke chemische stoffen in de natuur. Noorwegen speelt een vooraanstaande rol bij de pogingen om te komen tot een juridisch bindende internationale samenwerking op milieugebied.
Milieu- en hulpbronnenbeheer zijn belangrijke onderdelen van het Noorse buitenland- en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Bevredigende milieuomstandigheden dragen bij aan het tot stand brengen van stabiliteit en veiligheid. Een gezond, gevarieerd milieu is noodzakelijk om armoede te bestrijden en een duurzame ontwikkeling tot stand te brengen voor alle volkeren op aarde.
Speerpunten
Op het gebied van internationale samenwerking geeft Noorwegen prioriteit aan:
- klimaatverandering
- gevaarlijke chemische stoffen
- biologische diversiteit
Klimaatverandering
Door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen vormen een van de grootste milieuproblemen waar de wereldbevolking mee te maken krijgt. Ons klimaat is al aan het veranderen, en volgens het klimaatpanel van de VN kan het grootste gedeelte van de opwarming van de afgelopen 50 jaar worden toegeschreven aan menselijke activiteit. Een verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde kan ertoe leiden dat neerslagpatronen en windsystemen veranderen, klimaatzones verschuiven en de zeespiegel stijgt. Veranderingen van deze omvang zouden van grote invloed kunnen zijn op zowel de natuurlijke ecosystemen als de menselijke samenleving. We weten al genoeg over door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen om tot actie over te gaan. Hoe langer we wachten, hoe groter de problemen en kosten zullen zijn voor de komende generaties.
Noorwegen zet zich actief in voor het stabiliseren van de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer op een niveau waarbij geen gevaarlijke, door mensen veroorzaakte veranderingen van de klimaatsystemen ontstaan.
Noorwegen zal voldoen aan de verplichtingen van het Kyoto Protocol om de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 te beperken tot minder dan één procent boven het niveau van 1990. Noorwegen zet zich actief in voor een uitgebreid en ambitieus wereldwijd klimaatplan voor de periode na 2012.
Lees hier meer over de prioriteiten van Noorwegen op het gebied van klimaat.
Gevaarlijke chemische stoffen
Het gebruik van chemische stoffen is de afgelopen 50 jaar exponentieel toegenomen, en chemische stoffen vormen nu een geïntegreerd bestanddeel van allerlei soorten producten en productieprocessen. Chemische stoffen worden over grote afstanden verspreid, zowel door de handel in goederen als door de wind en oceaanstromen. Noorwegen is hier bijzonder kwetsbaar voor, omdat de wind en oceaanstromen de uitstoot noordwaarts transporteren, waardoor de noordelijke gebieden een geografische “stortplaats” worden voor gevaarlijke chemische stoffen uit het hele noordelijk halfrond.
De internationale regels voor gevaarlijke chemische stoffen zijn de afgelopen jaren veel strenger geworden, hoofdzakelijk door de inwerkingtreding van een aantal overeenkomsten. Noorwegen zet zich actief in voor een mondiale aanpak. In dit verband wordt momenteel onder leiding van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) gewerkt aan een breed gedragen, mondiale strategie voor het hanteren van grootschalige milieuproblemen die verband houden met gevaarlijke chemische stoffen.
Biologische diversiteit
In de jaren na de VN Milieuconferentie over Duurzame Ontwikkeling in Rio de Janeiro in 1992 heeft Noorwegen hoge prioriteit gegeven aan de invoering van het VN Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD). Het Millennium Ecosystem Assessment is het grootste onderzoek dat in opdracht van o.a. het CBD verricht is naar de ecosystemen in de wereld. Noorwegen heeft een speciale verantwoordelijkheid binnen de Noordse Ministerraad aanvaard voor de follow-up van dit onderzoek in internationale milieusamenwerking en ontwikkelingsbeleid. Er wordt groot belang aan gehecht dat landen de doelstellingen en programma’s uit het Verdrag, en de bepalingen van het Protocol van Cartagena inzake bioveiligheid, opnemen in hun nationale beleid. De doelstelling die werd aangenomen op de Wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg in 2002 om het huidige tempo van verarming van de biodiversiteit tot 2010 aanzienlijk terug te dringen, zal gehaald kunnen worden als alle betrokken geledingen van de samenleving hier samen aan werken.
Milieusamenwerking met de EU
De EU heeft de afgelopen 30 jaar een uitgebreid milieubeleid uitgewerkt. Het uitgangspunt van het milieubeleid van de EU is dat de problemen grensoverschrijdend zijn en dat het op bepaalde gebieden daarom noodzakelijk is bovennationale regels toe te passen om de gemeenschappelijke milieuproblemen op te lossen.
Het EER-verdrag omvat een brede samenwerking op milieugebied. Dit betekent dat het grootste gedeelte van het milieubeleid van de EU als gevolg van het EER-verdrag door Noorwegen wordt overgenomen. Er is een gemeenschappelijke Europese regelgeving op velerlei gebied ingevoerd, bijvoorbeeld op het gebied van lucht, afval, water en chemicaliën. Het EER-verdrag is niet van toepassing op natuurbeheer en bescherming van het culturele erfgoed.
De nieuwe financieringsregelingen in de EER vormen een belangrijk aspect van de Noorse samenwerking met de EU. De afgelopen vijf jaar heeft Noorwegen jaarlijks NOK 1,9 miljard aan financiële steun bijgedragen – hoofdzakelijk aan de 10 nieuwe lidstaten. Deze bijdrage was erop gericht om sociale en economische verschillen binnen de vergrote EU te verkleinen, en het milieu was hierbij een belangrijk aandachtsgebied.
UNEP – Het Milieuprogramma van de Verenigde Naties
Noorwegen speelt een belangrijke rol bij de bevordering van de wereldwijde inspanningen voor het milieu. Een van de manieren om dit te bereiken is het versterken van het UNEP als het mondiale milieuforum.
Noorwegen richt haar inspanningen op de volgende vier hoofdtaken:
- Het verbeteren van de wetenschappelijke capaciteit van het UNEP, zodat de organisatie beter de gevolgen van milieuproblemen op verschillende gebieden kan beoordelen.
- Het verbeteren van de maatregelen voor capaciteitsopbouw van het UNEP en de overdracht van technologie aan ontwikkelingslanden.
- Het verhogen van de betrokkenheid bij beslissingen van de Beheersraad van het UNEP door een universeel lidmaatschap in te voeren voor alle lidstaten in het Comité van permanente vertegenwoordigers van het UNEP.
- Verhoging van de bijdragen aan de activiteiten van het UNEP.
Handel en milieu
Internationale overeenkomsten buiten de milieusfeer vormen een uitdaging voor de toepassing van nationale milieumaatregelen. Dit geldt met name voor de onderhandelingen over de handelsliberalisering binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten tussen de EFTA en derde landen en initiatieven binnen de EU/EER verbonden aan de interne markt.
In de lopende onderhandelingen binnen de WTO dient op alle relevante gebieden rekening te worden gehouden met de milieuaspecten. Tegelijkertijd is de verhouding tussen handel en milieu een onderwerp van onderhandeling op zich. De Noorse overheid is van mening dat WTO-overeenkomsten en multilaterale milieuovereenkomsten beschouwd dienen te worden als gelijkwaardige internationale instrumenten die ontwikkeld zijn om aan de behoeften van de internationale gemeenschap te voldoen, en dat er geen sprake kan zijn van een onderlinge hiërarchie. Daarnaast is het belangrijk in de onderhandelingen te streven naar oplossingen die de nodige flexibiliteit bieden voor een effectieve toepassing van milieumaatregelen.
Milieuhulp
Een van de belangrijkste doelstellingen van de Noorse ontwikkelingssamenwerking is het stimuleren van een verstandig beheer van het mondiale milieu en de biologische diversiteit. Ontwikkelingshulp moet het milieu in de partnerlanden verbeteren en een verslechtering van het mondiale milieu voorkomen.
De Noorse ontwikkelingssamenwerking en de samenwerking met ontwikkelingslanden geeft aan de volgende gebieden prioriteit:
- duurzame productiesystemen,
- instandhouding en duurzaam gebruik van de biologische diversiteit,
- terugdringing van vervuiling,
- behoud van het cultureel erfgoed.
Het ministerie van Milieu heeft individuele afspraken gemaakt met haar zusterinstellingen in Indonesië, Zuid-Afrika en China.
Indonesië
Indonesië behoort wereldwijd tot de landen met de grootste biologische diversiteit, met o.a. grote regenwouden die een belangrijke rol spelen voor het mondiale klimaat. De natuurbronnen van het land staan momenteel echter onder grote druk, en het bronnenbeheer levert grote problemen op.
Het doel van de regionale samenwerking is breed gesteunde plannen voor milieu- en bronnenbeheer op te stellen, naar het model van de ecosysteembenadering van de conventie inzake biologische diversiteit.
Zuid-Afrika
Het milieusamenwerkingsprogramma met Zuid-Afrika startte in 1996. Een langdurige milieusamenwerking met Zuid-Afrika is van wezenlijk belang op grond van de milieupolitieke rol van het land in de regio en de voortrekkersrol ten opzichte van andere ontwikkelingslanden. De samenwerking vindt plaats op basis van een politieke dialoog en gemeenschappelijke projecten. De derde samenwerkingsovereenkomst werd gesloten in december 2005, en jaarlijks zal ongeveer NOK 10 miljoen aan dit programma worden toegewezen. Centraal in de nieuwe overeenkomst staat de samenwerking ter ondersteuning van de uitvoering van mondiale milieuverdragen om ervoor te zorgen dat Zuid-Afrika aan zijn verplichtingen kan voldoen en een actieve rol kan spelen in de verdere ontwikkeling van deze verdragen. Belangrijke elementen in het programma zijn de ontwikkeling van de samenwerking tussen Noorse en Zuid-Afrikaanse instellingen, uitbreiding van de regionale samenwerking en een grotere deelname van vrijwilligersorganisaties.
De komende jaren zal de nadruk liggen op de volgende drie samenwerkingsgebieden:
- terugdringing van vervuiling,
- bescherming van biologische diversiteit en
- een goed beheer van het milieu.
China
De milieusamenwerking met China ging van start in 1995-96. De bilaterale samenwerking is o.a. gericht op een doorlopende dialoog over belangrijke milieupolitieke kwesties en ondersteuning van de follow-up van China’s internationale verplichtingen. In de toekomst zal de nadruk liggen op het klimaat en de verspreiding van gevaarlijke stoffen voor het milieu, maar ook op biodiversiteit en water- en luchtverontreiniging. De samenwerking omvat het opzetten van instituten en opbouwen van capaciteit, alsmede samenwerking met Innovasjon Norge (Innovatie Noorwegen) ter bevordering van de Noorse milieutechnologie. Bij de Noorse ambassade in Beijing is een speciale milieuadviseur aangesteld met een bijzondere verantwoordelijkheid voor milieukwesties. Deze milieuadviseur is verantwoordelijk voor de follow-up van de bilaterale milieusamenwerking tussen Noorwegen en China en de milieugerichte ontwikkelingswerkzaamheden.